De voors en tegens van inteelt

Terug

Copyright 1996-2008 Sarah Hartwell

Inteelt is het paren tussen nauw verwante katten, bijvoorbeeld moeder/zoon, vader/dochter, broer/zus en half broer/half zus. Het is het paren van dieren die meer verwant zijn aan elkaar dan gemiddeld. Voor fokkers is het een nuttige manier om bepaalde eigenschappen te creëren in een soort – de stambomen van sommige tentoonstelling katten laat zien dat velen van hun voorouders nauw verwant zijn. Bijvoorbeeld, de naam Fan Tee Cee (geshowd tussen 1960 en 1970) kwam steeds vaker voor in de stambomen, soms zelfs wel meerdere keren in één stamboom, omdat fokkers graag goed getypeerde lijnen wilden. Uitstekende exemplaren worden altijd vaker gevraagd voor dekkingen of nakomelingen (tenzij ze al gecastreerd zijn, in de toekomst kan klonen dat probleem op lossen) als winnaar van de keurmeesters hun goedkeuring.

Om katten te krijgen die zo goed mogelijk voldoen aan de standaard, laten fokkers dieren met elkaar paren die verwant zijn en dezelfde eigenschappen bezitten. Na verloop van tijd, al na één of twee generaties zijn die eigenschappen homozygoot (genetisch uniform) aanwezig en zullen alle nakomelingen van het inteelde dier die genen erven die nodig zijn voor die kenmerken (rasecht). Fokkers kunnen voorspellen hoe de nakomelingen eruit zullen zien. Fokkers kunnen voorspellen hoe de nakomelingen eruit zullen zien. “Lijnteelt” is een term die niet gebruikt wordt door genetici, maar die uit de landbouw komt. Het geeft een mildere vorm van inteelt aan. Lijnteelt is nog steeds een vorm van inteelt, het fokken met dieren van dezelfde familie en houdt ook in neef/nicht, tante/neef, oom/nicht, en grootouder/kleinkind. Het verschil tussen lijnteelt en inteelt kan anders uitgelegd worden bij verschillende soorten dieren en zelfs voor verschillende rassen van dezelfde soort. Het wordt verder gecompliceerd door het feit dat de halfbroer van een kat ook haar vader kan zijn!

Echter, inteelt geeft mogelijk problemen. De beperkte genenpoel die veroorzaakt wordt door voortdurende inteelt betekent dat schadelijke genen wijdverbreid worden en het ras zijn sterkte verliest. Laboratoriumdierenleveranciers vertrouwen hierop om uniforme stammen van dieren te verkrijgen die fok zuiver zijn voor een bepaalde eigenschap of probleem zoals bijvoorbeeld epilepsie. Zulke dieren zijn zodanig ingeteeld dat ze genetisch identiek zijn (klonen)iets wat normaal alleen voorkomt bij tweelingen. Daaraan gelijk kan een gecontroleerde mate van inteelt gebruikt worden om gewenste eigenschappen vast te leggen in de landbouw bijvoorbeeld: melkopbrengst, mager/vet verhoudingen, groei tempo etc. In humane termen wordt inteelt beschouwd als incest, katten hebben geen incest taboe.

Uitkruizen is wanneer de twee ouderdieren volkomen niet verwant zijn. In stamboomterminologie betekent dit vaak dat er geen gezamenlijke voorouder voorkomt binnen 4 of 5 generaties op de stamboom. In dieren met een kleine gen pool is aan deze vereiste moeilijk te voldoen.

Een van de eerste mensen die het methodische gebruik van inteelt documenteerde was Robert Bakewell (geboren in 1725, in Leicestershire, G.B.), hij noemde zijn systeem “fokken in en in” breeding "in-and-in" omdat de zorgvuldige selectie van de veestapel een eigenschap gefokt werd in een ras bij elke generatie. Tot Bakewell, was de Britse veestapel gebaseerd op enkele lokaal voorkomende stammen (landrassen) waar de mannetjes de vrouwtjes vrij konden dekken. Door het scheiden van de mannetjes en het gebruik van zijn “in-en-in” systeem, had Bakewell controle over welke karaktertrekken er werden doorgegeven aan de volgende generaties. Inclusief het fokken van alleen de beste rammen en stieren door deze te laten paren met hun eigen dochters en kleindochters (terugkruizingen, inteelt) om zo de volgende generaties te verbeteren. In de pre-genetische leeftijd gebruikte Bakewell inteelt om het gezicht (en de veeteelt) van de Britse veestapel te veranderen en het vee winstgevender te maken.

Eerst zal ik enkele termen definiëren die gebruikt worden door fokkers. In het algemeen probeer ik specialistische termen te vermijden maar buiten dit artikel zult u deze zeker tegenkomen.

“Homozygoot” betekent dat men de genen voor een bepaalde eigenschap van beide ouders heeft geërfd, bijvoorbeeld voor haarlengte. Afgezien van een willekeurige mutatie zal 100% van de nakomelingen van een homozygoot dit gen erven. Inteelt verhoogt het homozygoot zijn door een bepaalde eigenschap vast te leggen. Zuiver gefokte dieren tonen een hoge mate van homozygotie in vergelijking met gemengde rassen en willekeurig gefokte dieren. Het idee hierachter is dat de dieren fok zuiver worden. Wanneer het ene fok zuivere dier gepaard wordt aan het andere dan zullen alle nakomelingen uniforme eigenschappen hebben en sterk op de ouders gelijken.

“Heterozygoot” betekent dat men verschillende genen geërfd heeft voor een bepaalde eigenschap van de beide ouders. Bijvoorbeeld een gen voor lang haar (recessief) en een en voor kort haar (dominant) 50 % van de nakomelingen erft het ene gen en 50% het andere. Zorgvuldig gecontroleerde uitkruisingen verhogen het heterozygoot zijn voor bepaalde eigenschappen door nieuwe genen in te brengen bij de hybride nakomelingen.

“Heterosis” is de wetenschappelijke term voor rassterkte. Het is mogelijk dat er “slechte” genen zijn die minder sterke individuen produceren bij homozygotie omdat de goede genen eruit gefokt zijn samen met de ongewenste eigenschappen. Theoretisch zouden de slechte eigenschappen eruit gefokt kunnen zijn, maar in de praktijk lijkt dit niet te gebeuren. De andere theorie is dat je eenvoudig een mengsel van twee genen nodig hebt om het gewenste effect te verkrijgen omdat ze elkaar op een of andere manier aanvullen. Sterk ingeteelde dieren missen deze diversiteit en hebben zwakkere immuniteitssystemen.

“Sex-linked” betekend dat een bepaalde eigenschap die wordt doorgegeven , dan wel vastgesteld, gekoppeld is aan een bepaald geslacht. Bij Abessijnen zijn er diverse kleuren rood. De ene is geslachtsgebonden, d.w.z. dat een mannelijke kat maar één exemplaar van het gen nodig heeft, maar een vrouwtje heeft er twee nodig.

“Mate van homozygotie”: het aantal genen wat een dier homozygoot maakt. Als de meeste van zijn genen overeenkomen dat heeft het een hoge mate van homozygotie, als de meeste van de genen niet overeenkomen dan heeft het een geringe mate van homozygotie. Een dier kan homozygoot zijn voor sommige eigenschappen, maar heterozygoot voor anderen.

Natuurlijke voorkomen van inteelt

Dat wil niet zeggen dat inteelt niet van nature voorkomt. Een kattenkolonie die geïsoleerd is van andere katten door geografische of andere oorzaken kan erg ingeteeld raken in het bijzonder wanneer een dominante kater paart met zijn zusters, daarna zijn dochters en kleindochters. Als hij afgezet wordt zal dat hoogstwaarschijnlijk gebeuren door zijn zoon of kleinzoon die daardoor de inteelt voortzet. Het effect van schadelijke genen wordt zichtbaar in latere generaties daar de meerderheid van de populatie deze genen erft. Wetenschappers hebben ontdekt dat jachtluipaarden, ook al leven zij in verschillende gebieden, genetisch erg verwant zijn. Een mogelijke ziekte of ramp hebben de aantallen al drastisch doen verminderen in het verleden en daardoor een genetische flessenhals gecreëerd. Mogelijk stammen alle jachtluipaarden af van één overlevende familie, vandaar hun genetische uniformiteit.

Het gebrek aan genetische diversiteit maakt de jachtluipaard kwetsbaar voor ziektes aangezien zij de nodige weerstand missen om bepaalde virussen te weerstaan. Extreme inteelt beïnvloedt hun reproductievermogens met als gevolg kleine nesten en hoge sterftecijfers. Sommige wetenschappers hopen dat het verschijnen van de “Konings- cheeta”, gekenmerkt door zijn gemarmerde tekening, betekent dat het jachtluipaard een gezondere genenpoel kan opbouwen vooropgesteld dat de mens ze in de tussentijd niet uitroeit. De mensheid heeft bijgedragen aan het verlies van diversiteit door het jagen van jachtluipaarden en het aantal partners daardoor vermindert. Jagers joegen bij voorkeur op de afwijkende exemplaren voor de trofeeënkamer en dit betekende dus het einde van de langharige wollige jachtluipaarden en de grijs/blauwe jachtluipaarden, die dus een grotere genetische diversiteit in het verleden aangaven.

Ondanks de hoop van wetenschappers geven sommige jachtluipaarden populaties verdere signalen van inteelt. De gebieden zijn genetisch verder van elkaar geïsoleerd door steeds kleinere leefgebieden. In één populatie komt een groter aantal misvormde kaken en knikstaarten voor. Verdere inteelt zal dit versterken of vastleggen. Uiteindelijk zal dit zijn wendbaarheid verminderen en de misvormde kaak zou dan een prooi niet vast kunnen houden.

De wolf was eens wijdverbreid in Noord-Amerika, maar vele van de roedels zijn geïsoleerd en zijn ingeteeld. Het isolatie/inteelt probleem is zo acuut geworden dat natuurbeschermers wolven van het ene gebied geïntroduceerd hebben naar het andere en daardoor de genenpoel weer gerevitaliseerd. In sommige gebieden is het aantal partners om mee te paren zover gedaald dat zelfs met huishonden is gepaard – een extreme vorm van uitkruisen die men wel hybridisatie noemt. Een zelfde situatie ontstond er in Schotland waar de Schotse wilde kat paarde met de huiskat waardoor deze bedreigt werd in het voortbestaan daar er een groter aantal genen van de huiskat ontstond. Dit zijn twee gevallen waarbij uitkruisen, gevolgd door verdere inteelt kan leiden tot het uitsterven van een soort, analoog aan het verlies van het type bij gedomesticeerde rassen.

Een ander dier dat te lijden heeft van de effecten van inteelt is de reuzenpanda. Net als bij de jachtluipaarden, heeft dit geleid tot verminderde vruchtbaarheid onder panda’s en een hogere kindersterfte. Daar de panda populaties meer en meer geïsoleerd raken, omdat mensen de routes blokkeren waarvan panda’s gebruik maken om van het ene gebied naar het andere te gaan, hebben panda’s meer moeite met het vinden van een partner en fokken dus minder succesvol. Het is bijna onvermijdelijk dat de reuzenpanda uitsterft zelfs wanneer kloontechnieken beschikbaar komen aangezien de genenpoel inmiddels te zeer verarmd is voor de gezondheid op de lange termijn. Men kan dus overwegen dat alle fok zuivere dieren uiteindelijk niet levensvatbaar zullen zijn vanwege inteelt en dat fokkers zorgvuldig moeten werken om het type te behouden en ondertussen de schadelijke effecten van selectief fokken zo lang mogelijk tegen te gaan.

Er zijn tal van studies naar inteelt en levensvatbaarheid. Mandarte Island, in Vancouver, Canada, is zo klein dat elke song mus/ song sparrow kan worden geringd, bewaakt en de paringen geregistreerd. Onderzoekers precies weten hoe ieder individu ingeteelt is. Wanneer ernstige winterstormen meer dan 90% van de vogels had weggevaagd, had Lukas Keller van de Universiteit Zürich, Zwitserland, ontdekt dat alle ingeteelde individuen werden gedood. Hij definieerde "inteelt", zoals paringen tussen neef en nicht of nog meer verwant. Loeske Kruuk, van de Universiteit van Edinburgh, Schotland, ontdekte dat gekraagde vliegenvangers die geboren werden uit broer-zus paringen, meer dan 90 % minder kans hadden tot volwassenen op te groeien dan nakomelingen van niet incestueuze paringen. Ilkka Hanski van de Universiteit van Helsinki, Finland, ontdekte dat 50% van de mannelijke nakomelingen van broer-zus paringen in een bepaalde soort van Afrikaanse vlinder steriel waren.

Natuurlijke isolatie en inteelt zijn aanleiding tot het ontstaan van gedomesticeerde katten zoals de Manx, die ontstaan is op een eiland zodat het gen voor staartloosheid daar wijdverbreid raakte met daaraan de problemen gekoppeld die daarbij horen. Afgezien van die enkele kat die van een schip afsprong naar het eiland Man was daar erg weinig uit te kruisen en het effect van inteelt wordt weergegeven door kleinere mesten dan gemiddeld (genetici geloven dat meer Manx kitten worden geresorbeerd dan voorheen aangenomen, dankzij genetische afwijkingen), doodgeboren kittens en ruggengraatproblemen, waaraan ijverige fokkers zo hard gewerkt hebben om die uit te roeien.

Zoals eerder genoemd, kunnen groepen verwilderde katten erg ingeteelt raken door isolatie van andere katten, bijvoorbeeld op een afgelegen boerderij of omdat andere mogelijke partners gecastreerd zijn, en zo dus uit de genenpoel gehaald. De meeste dierenverzorgers die met verwilderde katten werken komen de effecten tegen van inteelt. Binnen die kolonies kunnen bepaalde eigenschappen in verhoogde mate voorkomen dan gemiddeld. Sommige zijn niet zo ernstig zoals een verhoogd aantal driekleurige katten. Andere eigenschappen die in verhoogde mate kunnen voorkomen zijn polydactylie ( “veeltenigheid”, het meest extreme voorbeeld hiervan was een kat met negen tenen aan iedere poot),dwerggroei (alhoewel vrouwelijke katten met dwerggroei problemen kunnen hebben bij de geboorte van hun kittens van normale grootte), andere structurele misvormingen of een andere aanleg voor bepaalde erfelijke kenmerken.

Het uiteindelijke resultaat van doorgaande inteelt is een dodelijk gebrek aan levenskracht en waarschijnlijk uitsterven als de genenpoel steeds kleiner wordt, vruchtbaarheid vermindert, afwijkingen meer en meer voorkomen en het sterftecijfer stijgt. Aan de ander kant zorgt teveel uitkruisen ervoor dat er een typeverlies optreedt en daardoor het verlies van de kenmerken van een bepaald ras.

Selectief fokken

Kunstmatige isolatie (selectief fokken) geeft een soortgelijk effect. Als een nieuw ras gecreëerd wordt vanuit een aantrekkelijke mutatie, is de genenpoel noodzakelijkerwijs klein in het begin met veelvuldige paringen tussen verwante dieren. Sommige rassen die ontstaan zijn vanuit een spontane mutatie hebben te kampen gehad met problemen zoals spasticiteit (cerebellaire hypolasia = aandoening waarbij de kleine hersenen niet volgroeid zijn) bij de Devon Rexen, skeletproblemen bij de Scottisch Folds, en de effecten van een semi-letaal gen (half-dodelijk gen) bij de Manx en een dodelijk gen bij de Ojos Azules. Problemen zoals heupdysplasie en patella luxatie ( loszittende knieschijf) komen vaker voor bij bepaalde rassen dan bij andere, suggererend dat inteelt in het verleden deze foute genen heeft veroorzaakt. Zorgvuldige selectie van uitkruisingen zou weer gezonde genen kunnen introduceren, die anders verloren kunnen gaan, zonder dat het type aangetast wordt.

Als voorbeeld van een dodelijk gen dat een ras beheerst geldt de blauwogige Okos Azules. Het gen is dodelijk in homozygote vorm en veroorzaakt, doodgeboren kittens, schedelafwijkingen, witte vacht en een gekrulde kleine staart. In de heterozygote vorm zijn de Ojos Azules geen witte katten met blauwe ogen. Fokkers moeten daarom heterozygoot blauwogige katten kruisen met niet-blauwogige kittens om afwijkingen en misvormende dode kittens te voorkomen.

Des te meer inteelt gebruikt wordt om ongewenste genen kwijt te raken of een bepaalde eigenschap vast te leggen hoe meer waarschijnlijk het is dat de individuen ook hetzelfde genenpakket erven van beide ouders die het immuunsysteem regelen en zullen dus een slechter immuunsysteem hebben. Het immuunsysteem probleem wordt in de loop van de generaties groter en de dieren worden genetisch meer gelijk, zoals bij de cheeta. Volgens één theorie, wordt immunodeficiëntie veroorzaakt door een gebrek aan heterozygotie in de genen die het immuunsysteem regelen. Dat is waarom willekeurig gefokte katten zo robuust en sterk zijn in het algemeen.

Fokker en auteur Phyllis Lauder schreef in 1984:" Favoriete variaties van vandaag de dag hebben er voor gezorgd dat vader met dochter en neef met nicht werden gefokt tot hun rassen werden verruïneerd. Op aandringen van de mens bij fokkerijen om rassen te kweken die werden goedgekeurd heeft dieren gekweekt met een zwak gestel, huidproblemen, gebrek aan intelligentie, niet langer mentaal alert, zwakbegaafd, en uiteindelijk moeilijkheden met voortplanting: een stand van zaken die uiteindelijk leidt tot steriliteit en de dood van het ras”.

Dierentuinen die betrokken zijn bij fokprogramma’s in gevangenschap zijn op de hoogte van de noodzaak om hun dieren uit te kruisen met die van andere dierentuinen. Dieren in gevangenschap lopen een hoger risico op inteelt omdat er relatief weinig partners beschikbaar zijn, dus moeten ze dieren lenen van andere dierentuinen om te zorgen voor een grotere genetische spreiding. Bij schapen heeft eeuwen van selectief fokken om de wol er voor gezorgd dat een andere waardevolle eigenschap verloren is gegaan. Oerschapen konden vaker dan 1x per jaar lammeren. Moderne schapen krijgen nog maar 1x per jaar een lam. Pas sinds kort wordt de waarde van dit gen onderkend maar om het weer te introduceren zou de gedurende die eeuwen opgebouwde eigenschappen weer aantasten.

De meeste laboratorium muizen zijn zo sterk ingeteeld dat zij het waarschijnlijk niet zouden overleven buiten de steriele omgeving van een laboratorium dankzij slechte immuunsytemen (gewoonlijk worden zij gedood voor dit een laboratoriumprobleem kan worden) en sommige stammen sterven uit dankzij reproductieproblemen. Vele worden selectief gefokt om afwijkingen weer te geven waar ze aan zullen overlijden.

Inteelt houdt problemen in voor iedereen die zich bezig houdt met het houden van dieren – van kanariekwekers tot boeren. Van vroege Turkse vans werd gezegd dat ze temperamentvol waren, een probleem dat schijnbaa4r is opgelost door de import van nieuwe dieren. Pogingen om de verschijningsvorm van de Birmees in Amerika te wijzigen om een kant met een ronder hoofd te krijgen resulteerde in katten met aangeboren problemen. Siamese katten zijn in de loop van tijd fijner van bouw geworden daar fokkers streven naar een meer Oosterse “look” met als resultaat zwakkere katten in sommige fok / raslijnen. breeding lines.

In de hondenwereld bestaan nu een aantal rassen met erfelijke afwijkingen die te wijten zijn aan het te veel gebruiken van een bepaalde goed getypeerde reu, waarvan men later ontdekte dat hij ook een schadelijk gen voor de gezondheid droeg. Tegen de tijd dat men dat merkte was het al wijdverbreid in de populatie omdat de reu vaak gebruikt was als dekreu om het ras te verbeteren. In het verleden werden sommige rassen uitgekruist met andere om het type te verbeteren, maar tegenwoordig ligt de nadruk op het bewaren van raszuiverheid en het voorkomen van bastaarden/ hybriden. and avoiding mongrels.

Zij die betrokken zijn bij de fok van een klein ras (zeldzaam ras) en vee hebben een dilemma als zij de afweging moeten maken om een balans te vinden tussen raszuiverheid en genetische eenvormigheid. Enthousiaste fokkers bewaren zeldzame rassen omdat de genen in de toekomst van nut zouden kunnen zijn, maar tegelijkertijd betekent het kleine aantal dat er een verhoogd risico is op ongezonde inteelt. Wanneer je probeert een ras terug te fokken vanaf het punt van uitsterven wordt de introductie van “vers bloed” uit een niet verwant ras vaak gezien als laatste redmiddel omdat dit het karakter van het ras dan men probeert te redden kan aantasten (zoals kattenfokkers merkten bij de Russische Blauwe kat die gekruist werden met Bluepoint Siamezen na de tweede wereldoorlog). Bij vee moeten 6 – 8 opeenvolgende generaties terug gefokt worden op een fok zuivere voorouder voord dat er weer sprake kan zijn van fokzuiverheid.

In de kattenwereld is raszuiverheid even wenselijk, maar kan belachelijk doorgevoerd worden. Sommige verenigingen erkennen hybride rassen zoals de Tonkanees niet omdat hier varianten uitkomen bij verdere fok (maar de de Manx zijn wel erkend alhoewel ook hier varianten uitkomen). Rassen die niet een bepaalde variatie in de genen produceren bij hun nakomelingen riskeren dat ze hetzelfde lot treffen als de cheeta’s en de reuzenpanda’s. Zulke verenigingen zijn uit het oog verloren dat men raskatten registreert en niet raszuivere katten in het bijzonder waar ze mogelijk beide rassen erkennen die af en toe uitgekruist moeten worden om het type te handhaven.

Het debat over de raszuiverheid gaat vaak volgens deze regels:
Moet een ras gebaseerd zijn op een genotype (welke genen het geërfd heeft) of volgens fenotype (uiterlijk, ondanks een uitkruising 4 generaties geleden). Een tabbypoint Siamees is fenotypisch een siamees, maar omdat het tabby patroon geïntroduceerd is vanuit niet Siamese katten beschouwen de genotype aanhangers dit niet als een siamees en zijn zij bezorgd dat de tabbypoint hun raszuivere lijnen in gevaar brengt. Bij sommige verenigingen zijn de Exotica identiek aan de Perzen maar mogen zij niet gekruist worden met Perzen. Zo staan sommige verenigingen de registratie van chocolate en lilac Perzen niet toe als zijnde een Pers omdat deze kleuren afkomstig zijn van de Siamees (via de Colourpoint) tientallen generaties geleden en zijn daarom “besmet”. Deze “besmette” genen kunnen gekoppeld zijn aan een heleboel gezonde genen, door “raszuivere” dieren niet te kruizen met “besmette” dieren verliest men de mogelijkheid de heterozygiteit van het immuunsysteem te verhogen.

Een manier om inteelt te verminderen en het verlies van levenskracht te beperken is door 2 à 3 generaties lijnteelt toe te passen en daarna uit te kruisen met een niet verwante lijn (of soms een niet verwant ras) om weer levenskracht terug te krijgen en genetische verscheidenheid. Echter met de nadruk op fokken op type en concurrentie op de showtafel (en bij de verkoop) wordt de goed getypeerde kater meer en meer gebruikt en zal het steeds moeilijker worden een echte niet verwante lijn te vinden.

Gevolgen van inteelt voor de kattenfokker

De meeste kattenfokkers zijn goed op de hoogte van de valkuilen die gepaard gaan met inteelt alhoewel het heel verleidelijk kan zijn voor een nieuweling om twee nauw verwante lijnen te gebruiken om een bepaald type vast te leggen of te verbeteren. Kruisen met een niet verwante lijn van hetzelfde ras of met een ander ras daar waar toegestaan kan verhoging van de levenskracht geven. Ondanks het risico van het meekrijgen van een paar ongewenste eigenschappen waar men weer een tijdje voor nodig heeft om die uit te fokken, kan uitkruisen ervoor zorgen dat een ras niet stagneert doordat verse genen worden geïntroduceerd. Het is belangrijk om uit te kruisen met een scala van verschillende katten die genetisch gezond worden bevonden (geven eerdere nakomelingen ongewenste eigenschappen weer?) en bij voorkeur niet te nauw verwant aan elkaar. Uitkruisen wordt verder bemoeilijkt door de hoeveelheid inteelt in vorige generaties – het wordt erg moeilijk om katten te vinden die niet verwant zijn, soms zelfs enkele generaties.

Hoe kun je zien dat er op een bepaalde lijn teveel is ingeteeld?

Een teken is dat van verminderde vruchtbaarheid bij zowel poezen als bij katers. Van mannelijke cheeta’s is bekend dat ze een lage vruchtbaarheid hebben. Het niet op kunnen nemen, kleine nesten en een regelmatig hoge kittensterfte geven aan dat de dieren te nauw verwant kunnen zijn. Het verlies van een groot deel van een populatie aan een bepaalde ziekte geeft aan dat het immuunsysteem van de katten verzwakt is. Wanneer 50% van een populatie overlijdt aan een eenvoudige infectieziekte is er reden tot zorg.

Erg ingeteelde katten tonen ook regelmatig afwijkingen zoals kaken die niet goed op elkaar staan of ernstiger afwijkingen. Soms kan een afwijking teruggevoerd worden tot één enkele kater of poes die dan dus uit het fokprogramma verwijderd dient te worden ondanks dat hij/zij van een uitmuntend type is. Als eerdere afstammelingen al bij de fok betrokken zijn is het erg verleidelijk om te denken de doos van Pandora toch al open is en ik doe maar of mijn neus bloed en daarmee de afwijking negeren en verder te fokken met de betreffende kat zodat de foutieve genen nog verder verspreid worden in het ras waardoor later weer meer problemen ontstaan wanneer nakomelingen met elkaar gekruist worden.

Een ras dat bijna uitgestorven was dankzij inteelt is de Amerikaanse Bobtail (de Amerikaanse stompstaartkat). Onervaren fokkers probeerde om colourpoint bobtails te fokken met witte voetjes en een witte bles die fok zuiver zou zijn wat type en kleur betreft. Zij slaagden er alleen maar in om ongezonde ingeteelde katten te produceren met slechte karakters. Een latere fokker moest de kleine fijngebouwde katten uitkruisen en tegelijkertijd de regels betreffende kleur en bouw aan de kant zetten om de grote robuuste katten die de standaard vereiste weer terug te krijgen en weer een gezonde genetische basis op te bouwen.

  Pro Contra
Inteelt

(Kruisen van nauw verwante individuen)
Geeft uniforme of voorspelbare nakomelingen

Verborgen: (recessieve) genen komen naar voren en kunnen uitgefokt worden

Individuen zijn “fokzuiver”

Goede genen worden verdubbeld

Ongewenste eigenschappen worden geëlimineerd
Verdubbelt fouten en zwakheden.

Voortschrijdend verlies van levenskracht en immuniteit.

Verhoogde reproductie problemen, minder nakomelingen

Nadruk op uiterlijk betekent ongewenst verlies van “goede” genen voor andere eigenschappen

Genetisch verzwakte individuen.
Lijnteelt

(kruisen van minder verwante individuen)
Vermijdt de inteelt van te nauw verwante dieren, maar de katten zijn nog steeds “raszuiver”

Geeft uniforme en voorspelbare nakomelingen

Vertraagt de genetische verarming
Vereist uitmuntende individuen

Stopt de genetische verarming niet, vertraagt deze alleen maar.
Uitkruisen

(kruisen van onverwante dieren van het zelfde ras)
Brengt nieuwe kwaliteiten in of herintroduceert verloren eigenschappen.

Verhoogt levenskracht

Katten zijn nog steeds “raszuiver”
Minder uniformiteit en voorspelbaarheid van nakomelingen

Mogelijk moeten ongewenste genen uit gefokt worden die per ongeluk meegekomen zijn

Het kan moeilijk zijn individuen te vinden die werkelijk niet verwant zijn.
Hybridisering

(kruisen van dieren van verschillende rassen)
Brengt nieuwe kwaliteiten of herintroduceert verloren eigenschappen

Verhoogt levenskracht

Verbeterd het immuunsysteem en reproductiemogelijkheden

Introduceert totaal nieuwe eigenschappen bijvoorbeeld kleur of vachtkwaliteit

Kan nieuwe rassen tot gevolg hebben

De nakomelingen worden nog vele generaties als “fok onzuiver” gezien
Onvoorspelbaar – niet alle nieuwe eigenschappen zijn gewenst

Men moet kiezen voor rassen wiens kwaliteiten elkaar aanvullen of bij elkaar passen

Het kan jaren duren voor ongewenste eigenschappen of verlies van type weer gecorrigeerd zijn

Vele jaren nodig om weer consistente nakomelingen te krijgen

Geeft vele varianten die niet geschikt zijn voor het fokprogramma

Genomica/ Genomics


Zowel door het vastleggen van paringen en het opsporen van stambomen, kunnen moderne biologen naar genetische bewijzen zoeken van inteelt in het genoom van een individu (genomica). Zoöloog Bill Amos van de Cambridge University, in Engeland analyseert genetische merkers om te beoordelen hoe nauw verwant de ouders van een individu zijn. Zo kunnen zij kijken naar het effect van inteelt in het wild levende populaties, iets dat eerder moeilijk en soms zelfs onmogelijk was omdat het niet mogelijk was om stambomen op te sporen. Hoewel niet waterdicht, het testen van het bloed en genetische analyse kan aangeven hoe nauw de dieren verwant zijn.

Net als de geërfde kopieën van genen van elke ouder, erven dieren delen van niet-coderende ("junk") DNA dat gebruikt kan worden als genetische merkers en staan bekend als microsatellieten. Maar ook als homozygoot of heterozygoot voor genen, kan de dieren homozygoot of heterozygoot voor deze microsatellieten. Zelfs zonder inteelt, sommige markers zijn van nature meer verspreid in een populatie dan anderen. Kijkend naar verschillende merkers tegelijk geeft een betere meting van verwantschap (de meer-merkers die kunnen worden gevolgd, hoe beter de resultaten). Sommige van deze merkers kunnen naast de deur is om de gunstige of schadelijke genen (of, omdat veel genen werken in combinatie met andere genen, naast de deur om genen die door andere "goede" of "slechte" genen beïnvloed elders in het genoom) worden - in het ontbreken van kunstmatige selectie door fokkers, zullen markers naast "goede" genen op grotere schaal dan die naast "slechte" genen, omdat de "slechte" genen maken het dier minder kans om te overleven.

Terug