Luipaarden en jaguar hybriden

Jaglion (Jagleeuw)
Een jaglion (jagleeuw) is een hybride van een jaguar (mnl) en een leeuwin. Er werd beweerd dat er een dier gezien was dat een kruising zou zijn van een leeuwin en een zwarte jaguar in gezelschap van een veronderstelde kruising van een tijger en een zwarte panter (vr.) in Maui, Hawaii. De beschrijving van de veronderstelde kruising leeuwin / zwarte panter was dat deze er uit zag als een Afrikaanse leeuw. Het werd beschreven als hebbende een groot litteken, een pufferig grijs gezicht, korte dikke manen op zijn hoofd en rond zijn nek, uitstrekkend rond de oren en onder zijn kin. Het lichaam was solide, donker geel en een zwarte punt op de staat. De identificatie van de leeuw/jaguar hybriden is gemaakt op karakteristieke kenmerken. Melanisme is een dominante geneigenschap bij jaguars en het tot aan 2006 was de interactie met leeuwgenen nog onbekend. Het grijze gezicht kwam waarschijnlijk door het slechte licht. Het gebeurt wel vaker dat grote katten verkeerd geïdentificeerd worden door leken en ten onrechte gezien worden als hybriden. Tijgers en jaguars hebben nog nooit hybriden voortgebracht. De twee dieren die gezien waren waarschijnlijk een ontsnapte Afrikaanse leeuw en leeuwin.
Bekende jaglion hybriden hebben chocoladebruine rozetten op een geelbruine achtergrond. De kruising jaguar /leeuw hybride hieronder is een geprepareerd individu gefotografeerd in het Natuur Historisch Museum Tring in Engeland. Deze hybride heeft dezelfde achtergrondkleur als de leeuw, jaguarachtige rozetten en de machtige bouw van de jaguar. Er zijn geen gegevens van jaguar/leeuw hybriden die geboren zijn in Barrie, Ontario.
Het exemplaar in Tring komt zo overeen met de beschrijving van de lijagulep (Congolese gevlekte leeuw) dat het dat dier zou kunnen zijn. Hemmer was er blijkbaar onzeker over of het museumexemplaar dat hij onderzocht had een jaguar/leeuw hybride was, zoals op het Tring exemplaar zijn label stond, of een luipaard/ leeuw hybride. Hemmer (1968) beschreef een gemonteerd exemplaar als een vermoedelijke kruising leeuw met jaguar of een kruising leeuw met een gekruiste jaguar/luipaard, roodachtig /geel, wat bleker dan een jaguar en met bruine vlekken (zie foto hieronder).
Op 9 april 2006 werden twee Jaglions geboren in Bear Creek Wildlife Sanctuary te Barrie ( ten noorden van Toronto), Ontario door een toevallige kruising. Jahzara (vr.), en Tsunami (mnl) waren het resultaat van een paring tussen een zwarte panter (Diablo) en een leeuwin (Lola). Het opvangcentrum fokt niet bewust met de dieren en de dierenverzorgers gingen er van uit dat Lola niet zwanger zou worden. Als extra voorzorgsmaatregel, hadden ze het paar apart gehouden toen Lola krols werd. Zij werden samen met de hand grootgebracht en waren onafscheidelijk, en werden angstig en depressief zodra ze uit elkaar werden gehaald. Lola kwijnde weg telkens als ze probeerden beide uit elkaar te halen. Jahzara heeft melanisme, een dominante eigenschap die vaker voorkomt bij jaguars, terwijl Tsunami vlekken heeft. Het was eerder niet bekend hoe jaguar melanisme genen zich zouden tegenover de leeuwenkleur genen. Omdat grote kat hybride vrouwtjes vaak vruchtbaar zijn, kon Jahzara theoretisch teruggefokt worden naar raszuivere leeuwen om het melanisme gen in te kunnen voeren in dit ras.
Hoewel weergegeven als een hybride van een jaguar / leeuw, is het dier dat hieronder staat waarschijnlijk de beroemde Congolese gevlekte leeuw, een hybride van een jaguar/luipaard (vr.) en een leeuw.

Jagulep (Jagleop, Lepjag, Leguar)
Kruisingen van zowel mannelijke jaguars met vrouwelijke luipaarden en/of mannelijke luipaarden met vrouwelijke jaguars zijn gemeld.
In “The Field” no 2887 van 25 April 1908, schreef Henry Scherren, “In Barnabos menagerie (in Spanje) wierp een jaguar twee welpen van een zwarte panter, een leek op de moeder, maar was iets donkerder, en de ander was zwart maar met rosetten.(Zoolog.Gart.,1861,7)” ( Sinds melanisme recessief is in de panter (luipaard), zou de jaguar of zwart geweest zijn of een jaguar-zwarte luipaard hybride die het recessieve gen zou hebben). Scherren gaat verder “Dezelfde kruising, maar dan de sekses omgedraaid, genoteerd door Professor Sacc (F) van de Barcelona Zoo (Zool Gart, 1863,88)” De vrouwelijke welp was grijs: zij zou 2 welpen geworpen hebben; een net als een jaguar en de ander leek op de moeder. Dhr. Rorig vertelde dat het hem speet dat het verslag van de laatste twee besproken zaken niet zo uitgebreid en precies beschreven waren.
Hemmer(1966,1968) beschreef hybriden van een jaguar(mnl) en een luipaard (vr.) als het formaat van een jaguar. De nek en poten waren kort en dik. De achtergrondkleur was donker beige, grijs-bruin, ijzergrijs of olijfkleurig. De rozetten op de flanken waren gewoonlijk zeer verzwakt. De paringen van de jaguar/luipaard hybride (vr.) met een jaguar (mnl) resulteerde in 2 nestjes, elk met 2 nakomelingen. Hemmer merkte op dat een jaguar/luipaard ook nakomelingen kreeg als zij paarde met een leeuw ( de beroemde Congolese gevlekte leeuw hoax).
Sacc (1862) en H.Scherren (1908) rapporteerden beide dat een grijs gekleurde jaguar/luipaard hybride (vr.) terug werd gekoppeld met haar jaguar vader. Zij produceerde 2 gezonde welpen ( jag-lepjags), één leek op de jaguar en de ander leek op de luipaard.
C.Pohle (1969) rapporteerde een jaguar/luipaard hybride nestje dat bestond uit 1 vrouwtje en 2 mannetjes. Een mannetje stierf, maar na 9 maanden waren de overlevende hybriden groter dan hun luipaard moeder. Met 1,5 jaar hadden ze de gemiddelde grootte van een luipaard en een jaguar wat hoogte van de schouders betreft. Later werd er nog een jaguar/luipaard hybride geproduceerd door de zelfde ouders.
H.Windischbauer (1968) rapporteerde de paring van een 6 jaar oude Afrikaanse luipaard (pardus pardus (mnl) met een 2,5 jaar oude jaguar (vr.). Men had kritiek op de Hellbrun Zoo dat de hybriden als attractie werden aangeboden, al waren ze zeer populier bij de bezoekers. Heinrich Windischbauer (directeur tot 1976) bood de bezoekers de “Jagupard” aan. De paring, in de Hellbrunn Zoo, te Salzburg in Oosterijk, produceerde 2 sterke welpen in 1966. Een welp was wat kleiner en wat donkerder dan de ander. Met 6 maanden oud waren de welpen beide aanzienlijk sterker dan luipaarden of jaguars van dezelfde leeftijd.
In de nieuwsbrief van de De Long Island Ocelot Club (LIOC) van januari/februari 1970 was een stuk geschreven, door Mary Ellen Tracy die van plan was om te fokken met jaguars en luipaarden hybriden. Zij had een jaguar (mnl), Kwai Mao en een 2 jaar oude Aziatische luipaard (vr.) genaamd Takala. Zij hoopte dat door de jaguar en luipaard te kruisen, zo jaguards voort te brengen en dan de hybriden te testen op steriliteit. “wij willen graag de verschillen testen tussen deze twee soorten om te zien of de verschillen tussen beide misschien toch niet zo groot zijn als vele geloven”.
In de Long Island Ocelot Club (LIOC) nieuwsbrief van mei/juni 1976 stond: “Er zijn ook veel zwarte en gevlekte luipaarden in (Robert Baudy’s) de collectie, plus een lepjag ( een kruising tussen een jaguar en een luipaard)”. In de nieuwsbrief van september/oktober 1977 werd meer informatie gegeven over de hybride: Al zo’n 6 jaar (Gladys Lewis)worden er de meest exotische katten geboren in Robert Baudy’s “Rare Feline Breeding Compound” in Center Hill, Fla. Een interessant aspect van haar kat opvoedmethode is haar toewijding die de katten voor haar hebben, zelfs nadat zij haar verlaten. Gladys voedde een Indische luipaard (mnl)op met een gevlekte jaguar (vr) vanaf dat zij kitten waren, in haar huis, en op het moment dat zij volwassen waren, niet wetend dat zij van verschillende continenten kwamen en ook niet van het zelfde ras waren, hebben zij gepaard en daar zijn 4 nestjes van gekomen van hybriden (Lep-jags).De eerste is nu dik twee jaar oud, en heet Suma, en hij is nog steeds niet uitgegroeid met zijn 150 pond (zo’n 681 kg). Zijn voorkant lijkt op die van de jaguar, (groot hoofd, brede voorpoten en gedrongen schouders) aan de achterkant lijkt hij meer op de slanke luipaard (lange staart).
In het “Waldo Animal retirement home” in de buurt van Gainesville, Florida, hebben ze lepjags en ook zijn er nog wat lepjags in gevangenschap in de VS. De goochelaars Siegfried en Roy hadden een aantal lepjags. Luipaard/jaguar hybriden zijn massiever gebouwd dan luipaarden. Het feit dat zij als dierenacteurs gebruikt kunnen worden suggereert dat zijn makkelijker te sturen zijn dan rasechte jaguars. De lapjags die momenteel in gevangenschap leven zijn gepensioneerde dierenacteurs. Hoewel de term “lepjag” oorspronkelijk uit de VS komt, is er een Duitse publicatie uit 1978 waarin gesproken wordt over een mannelijke luipaard en een vrouwelijke jaguar hybride, die zij een leguar noemen.

Siegfried en Roy hadden twee gevekte lepjags, Ali en Chico, en Sabaka een zwarte lepjag in hun show in 1990, en hebben hen geregistreerd als lepjags in de 1994 showprogramma’s. Echter, in de 1998 programma, stonden zij op papier als jaguar. In het boek, “Siegfried and Roy – Mastering the Impossible”, stond een foto op pag. 132 van Siegfried en Roy in het zwembad met Ali, die op deze pagina werd voorgesteld als zijnde een lepjag. Er is ook nog een foto op pagina 260 van Siegfried en Roy met een van de lepjags uit de show. Zij gebruikten hem in de illusie waarbij Roy (of waarschijnlijk een “body double”) en een lepjag uit een kanon geschoten werden; de andere gevlekte lepjag werd gebruikt om de illusie te creëren. Kevin Chambers zag die show, en kon direct zien dat het dier dat in het kanon geplaatst werd niet het zelfde dier was dat tevoorschijn kwam aan de andere kant van het podium ( de richting waar heen geschoten was).
Mary Ann Howell en haar echtgenoot bezochten de “Secret Garden” op een moment dat Chico op de tentoonstelling was en spraken met iemand van de bewaking toen een andere bezoeker vroeg waarom Chico jaguar vlekken had op zijn lichaam, terwijl luipaarden vlekken hebben in hun nek. De bewaker keek op haar lijst van dieren en bevestigde dat Chico een lepjag hybride was.
In Januari 2010 meldde de Serengetti Zoologisch park in Sonora, Mexico, een nieuw nestje van welpen inclusief een lepjag. Zij werden beschreven door het nieuws als “één jaguar, één luipaard en één jaguar/luipaard kruising”.
Lijagulep (Congolese spotted lion) (Congolese gevlekte leeuw)
In 1908 werd er een “Congolese Spotted Lion” tentoongesteld door een entertainer in Londen. Het bleek te gaan om een hybride nakomeling van een luipaard/jaguar (vr.) met een leeuw . Deze was gefokt in het Lincoln Park Zoo, in Chigaco, Amerika ( dat was niet bij de Brookfield dierentuin, deze opende de deuren pas in 1934) en opgevoerd als publiekstrekker. De “vervaardiging” van zogenaamde exotische katten was eens big business en exotische of de meer apart uitziende grote katten werden tentoongesteld aan het publiek met het verhaal dat het nieuw ontdekte dieren waren. Volgens de “Wild Cats Of The World” van Guggisberg, “Rond de eeuwwisseling werden 3 welpen geboren in de Chicago dierentuin waarvan de ouders een jaguar (mnl) en een luipaard (vr.) zijn. Zij werden verkocht aan een rondreizende menagerie en het mannetje werd gedood door een leeuw, terwijl de vrouwtjes opgroeide tot jaguargrootte. Zij werden gekoppeld met een leeuw, waar zij ook een voorkeur hadden boven een luipaard, en produceerde verschillende nestjes. Een van deze jaguar/luipaard/leeuwen kwam terecht in de Londense dierentuin. Het dier leek op een jonge, slanke leeuwin maar had de bruine vlekken net als de jaguar of luipaard.”.

Frohawk’s tekening van een leeuw-luipaard in de London Zoo in 1908 ( toen een Congolese gevlekte leeuw genoemd en later een lijagulap).
De Times (van 15 April 1908 pag. 6), schreef: “Een Vreemd Dier Uit De Congo: Dhr. J.D.Hamlyn, de dierenhandelaar uit St.George, die twee of drie nieuwe apen verkregen had uit de Congo, heeft recentelijk in het zelfde gebied een zeer curieus katachtig dier gevonden dat bijna net zo groot is als een volwassen leeuwin, waar het wat de bouw betreft op lijkt, maar dan onregelmatig gevlekt. Er is geen spoor van manen of kraag te zien, ook de staart lijkt niet op die van een leeuw. De algemene kleur is taan kleurig, maar met een wat rode gloed, dat eerder doet denken aan de vacht van een cheeta dan dat van de luipaard, en de binnenkant van de ledenmaten zijn geelachtig met donkere vlekken. De markeringen op de bovenkant verschillen enorm van grootte en karakter, aan de achterste ledematen zijn ze groot; naar de voorkant en het hoofd toe nemen zij af in grootte,maar nemen sterk in aantal toe, en het gezicht is zwart gestippeld …….., behalve de neus (and the face is so to speak, strippled with black, except on the nose.)Er zitten zwarte vegen op iedere kant van de onderkaak, en een zwarte streep op de achterzijde van ieder oor; en langs de wervelkolom, van de wortel van de staart langs het midden van de rug loopt een rij met donkere vlekken,vergelijkbaar met de kralen van een ketting. De kleur van de staart is voor het grootste deel van de lengte het zelfde als het lichaam, maar het laatste deel is zwart/wit geringd. Het dier, een vrouwtje, verkeerd in uitstekende conditie en is vrij rustig. De voor de hand liggende conclusie is dat het dier een hybride is die in het wild ontstaan is, met een leeuwin en een gevlekte kat als vader. Leeuw / tijger hybriden werden gefokt in dit land door Atkins, de eigenaar van een reizende menagerie; onder de Continentale fokkers is Carl Hagenbeck het meest succesvol geweest. Een kruising tussen een poema en een luipaard is ook gelukt, maar een hybride kruising in het wild tussen de grote katten is uiterst zeldzaam. Vandaag zal het dier naar de Zoological Gardens gestuurd worden waar wetenschappelijk onderzocht gaat worden wie de ouders waren.”
In RI Pocock’s brief aan “The Field” (18 April 1908) stond:” Sinds de dagen dat Linnaeus en Schreber een niet al te groot lid van de katten (Felis) beweerde te hebben gevangen of gedood in het wild dat geïmporteerd werd naar Europa, kon niet direct worden toegevoegd naar een van de volgende 6 vormen: leeuw, tijger, jaguar, luipaard, sneeuwpanter lynx of poema. Ounce, or puma. Elk van deze soorten vertegenwoordigd een duidelijk, en makkelijk herkenbare type, en ondanks hun onderverdeling in tal van lokale rassen, elke schooljongen kan de belangrijke soorten uit elkaar houden zonder een verwijzing naar de geografische verspreidingsgebieden.
Daarom is het bijzonder interessant te constateren dat zaterdag j.l., de Zoologische Sociëteit werd geïnformeerd van het feit dat Dhr.Hamlyn, de bekende dierenhandelaar uit Oost-Londen, een grote kat had verkregen, groter dan een luipaard, maar die hij niet kon identificeren met een van de soorten die zojuist genoemd zijn. Onderzoek van het dier, dat nu op de tentoonstelling staat in het leeuwenhuis in de “Zoological Gardens”, rechtvaardigt Dhr. Hamlyn’s verbijstering.
Oppervlakkig gezien lijkt zij een hybride van een leeuw en een luipaard. Ze is groter dan een luipaard, en hoewel zeker een volwassen dier, is zij veel kleiner dan een volwassen leeuwin. Haar schouder is ongeveer 76 cm hoog, zij is sluik en heeft lange ledematen, en nadert wat de bouw betreft eerder een slanke leeuwin dan een luipaard, en lijkt wat de bouw van het hoofd betreft meer op de luipaard dan de leeuwin. De grondkleur is taankleurig, dat dan warmer van kleur wordt naar de achterkant van het lichaam toe. Op de keel en aan de onderkant vervaagd de taankleur geleidelijk aan naar een meer witte kleur. Het hele dier is gevlekt als een luipaard, maar de vlekken zijn bruin, niet zwart, behalve een aantal van de vaste vlekken op de achterpoten en op haar buik. Rond de ruggengraat zijn de vlekken ook bijna zwart, langgerekt en gerangschikt in lengtelijnen, en aan de zijkanten van het lichaam vormen ze rozetten zo groot als die van sommige jaguars, met een iets donkerdere centrum, met daarin kleinere afgezonderde vlekken. De staart is zeer opmerkelijk. Het is net zo lang als die van een luipaard, en overtreft die van een leeuw, en het eind loopt gebogen omhoog zodat de grond niet wordt geraakt. Over bijna de gehele lengte heeft zij kort-haar en is zeer licht gevlekt, maar de laatste 15 cm is het haar wat langer ,zwart gevlekt, witachtig van onderen, maar heeft geen pluimpje aan het eind. In het kort: het lijkt het aan het einde van de staart op die van een luipaard, en het gedeelte dichter bij het lichaam als dat van een leeuw. Een ander luipaardachtige gelaatstrek is de aanwezigheid van een plekje met zwart haar op de hoek van de bek, en een dwarse zwarte streek over de keel.
Het lijkt mij dat er slechts twee meningen kunnen bestaan over dit dier. Zij is of een leeuw / luipaard hybride of een voorbeeld van een nieuw soort dat zich precies tussen deze twee soorten bevind. Ik neig sterk naar de eerste hypothese, wat niet gerechtvaardigd zou hoeven worden als wij de geschiedenis van dit dier zouden kennen. Het verschil in grootte tussen een grote luipaard (mnl.) en een kleine leeuwin dat net volwassen geworden is zou niet perse se een belemmering hoeven te betekenen voor de paring, en omdat het bekend is dat leeuwen en tijgers aan de ene kant en luipaarden en poema’s aan de andere kant, met succes gekruist zijn in gevangenschap is er geen reden om te denken dat luipaarden en leeuwen niet gekruist zouden kunnen worden, want zoals ik onlangs al heb aangegeven, de relatie tussen luipaarden en leeuwen zit veel dichter bij elkaar dan tussen luipaarden en poema’s, leeuwen stammen waarschijnlijk rechtstreeks af van een aantal soorten Felis nauw verwant aan luipaarden en jaguars, blijkend uit het getrappel van de welpen, en ook zijn er nog ander punten van gelijkenis. Maar de geschiedenis van dit dier valt niet te rijmen met de veronderstelling dat zij een in een menagerie gefokte hybriden is, tenzij – wat niet erg waarschijnlijk is - zij gefokt is door de plaatselijke bewoners of handelaren uit West Afrika. Volgens het verhaal zoals het verteld is aan Dhr. Hamlyn, werd zij als welp, door de plaatselijke bewoners naar een Franse handelspost in de binnenlanden van Gaboon gebracht, en leefde zij daar 2 jaar in gevangenschap voor zij naar de westkust werd vervoerd en dit voorjaar naar Europa verscheept in een Franse boot.
Luipaarden, alhoewel blijkbaar niet gebruikelijk in de Franse Kongo, lijken bijna alomtegenwoordig in het bosgebied van West-Afrika. Aan de andere kant zijn leeuwen onbekend aan de zuidelijke kant van dat grondgebied, al zijn ze wel eens gezien aan de noordkant richting het Tsjaad meer. Vandaar dat het best mogelijk zou kunnen zijn dat er een hybride ontstaan is tussen de twee soorten, zonder menselijke ingrijpen in het Noordelijke deel van Frans Kongo. Dit lijkt echter zeer onwaarschijnlijk, de leeuwen leven in open gebieden met hier en daar wat struikgewas, terwijl luipaarden in wezen bosbewoners zijn, en zelfs als de twee soorten elkaar zouden ontmoeten in het wild, dan zou het aannemelijker zijn dat dit zou resulteren in de dood van het luipaard dan dat het zou uitlopen op een vriendschappelijk relatie tussen de twee. Naast deze bezwaren zouden we ook moeten kijken naar de totale afwezigheid van totale registratie tot de huidige tijd aan toe, over natuurlijke hybriden, of hybriden waar enigszins van gezegd zou kunnen worden dat het misschien hybriden zijn van twee in het wild bekende Felis.
Tegen de hypothese dat het dier, dat zeker geen vrouwtjes luipaard is en net zo zeker geen leeuwin met nog aanwezige welpenvlekken is, een groot onbeschreven soort van de kattenstam zou vertegenwoordigen, is er niets dat op het bestaan van een dergelijk wezen ooit gezinspeeld is of ooit vermoed werd, hoewel er goede faunacollecties afkomstig zijn uit het land waar het dier vandaan zou komen in de musea van Europa en Parijs. Het is mogelijk dat een dergelijke vorm over het hoofd gezien is, maar volgens de geschiedenis van dit model, zoals verteld aan dhr.Hamlyn door zijn oorspronkelijke eigenaar, is het te snel om er van uit te gaan dat dit exemplaar een werkelijk wilde soort zou zijn. Al dat men zou kunnen doen op dit moment is er bij natuurliefhebbers en sporters die de Franse Kongo bezoeken in de toekomst om scherp uit te zien naar een tweede exemplaar van dit zeer interessante dier.”
In de Field nr. 2887, 25 april 1908 schreef de redacteur “ Een illustratie, overgenomen van een tekening gemaakt door Dhr. F.W.Frohawk, dat de veronderstelde leeuw / luipaard voorstelt uit de Zoological Gardens wordt nu gepresenteerd, en het zal interessant zijn om deze te vergelijken met de foto dat bij de brief zat over kattenhybriden van Dhr. Scherren. Dhr.R.I. Pocock’s opmerkingen over dit interessante dier, dat verscheen in de Field’s van vorige week, zeiden meer dan genoeg voor dit moment. Het zou in elk geval een hybride leeuw / luipaard kunnen zijn of anders een nieuwe soort grote luipaard, deze veronderstelling wordt versterkt omdat er een aantal punten zijn waarop dit dier meer op een luipaard lijkt dan een leeuw, en het grotere patroon rozetten die lijken op die van het sneeuwluipaard ( Felis Uncia). Het is wel goed om verder in te gaan op de kleuring en de markeringen van het dier. De grondkleur is een bleke taan / bruin / gele kleur, overgaand naar crème / wit op de onderzijde van het lichaam; kin, keel, borst, binnenkant van de poten en de het einde van de staart zijn wit; het hele oppervlakte van het lichaam en poten zijn gevlekt net als een luipaard en sneeuwluipaard, het hoofd en de nek zijn minder gevlekt, alle de markeringen op de bovenliggende delen zijn licht, schemerig, ontwikkelen zich van zwart onderop, en diep zwart aan beide buitenkanten van de poten. Een belangrijk kenmerk is het patroon van de grotere rozetten, die vergelijkbaar zijn met die van de sneeuwluipaard, die bestaan uit kleinere vlekjes, maar vormen uiteindelijk grotere rozetten dan gebruikelijk is bij een gewone luipaard. Behalve de kruin, de vlekken op het hoofd, en vooral die op de hals, zijn klein en min of meer onduidelijk. De voorpoten, het staartstuk en driekwart van de staart lijken qua vorm op die van een leeuwin, maar het uiteinde van de staart, hoewel in mindere mate, ziet er precies net zo uit als dat van een luipaard. De zwarte driehoek van de bek is vergelijkbaar met die van een luipaard, de neus is dof-roze en de ogen zijn bleek okergeel, het zelfde als de meeste luipaarden, maar de algemene stand van het hoofd en de tamelijk grote oren zien er meer uit als die van een leeuw. Af en toe, wanneer het dier los/slapjes staat heeft zij een holle rug, maar gewoonlijk is de rug zoals aangegeven in de tekening. Het idee dat dit dier misschien een nieuwe soort zou kunnen zijn van de grote katten wordt niet overal zo gezien; maar men moet er misschien dan aan denken dat een nog veel opvallender schepsel, te weten, de okapi, ook pas een aantal jaren bekend is, en dat het zou kunnen dat dit dier als waar we het nu over hebben, zoals hij ongetwijfeld zal doen in de dichte bossen, in de nacht leeft en zo ontsnapt is aan de observaties.”
Er werd geopperd dat er een mogelijkheid was dat de Congolese gevlekte leeuw misschien wel voor een deel cheeta zou zijn of een nieuwe soort luipaard. In de Field nr.2887, van 25 April 1908, schreef Henry Scherren “Naar alle waarschijnlijkheid is het interessante dier dat nu in het leeuwenhuis van de Zoological Gardens zit de enige katachtige hybride die nu tentoongesteld wordt waarvan men claimt dat het een voortbrenging was van een kweek vanuit het wild. Het verhaal van zijn oorsprong zoals het verteld is aan Dhr. Hamlyn, en aangegeven door Dhr.Pocock in zijn brief, is zeer interessant, maar in mijn opinie, zal het nog interessanter worden als de heer die het dier aan Dhr. Hamlyn toevertrouwd heeft, volledig zijn verhaal zal doen. Er van uitgaande dat het dier is gefokt in de Congo, met een leeuwin als moeder, dan zijn er slechts twee mogelijke vaders: de luipaard of de cheeta. Dhr. Pocock heeft zijn redenen gegeven waarom hij de eerste mogelijkheid meer accepteert, maar ik denk dat hij zal toegeven dat er een oppervlakkige gelijkenis is met de laatste. Afdoende bewijs tegen de veronderstelling dat een jachtluipaard een aandeel had in de afstammeling – deze gedachte kwam bij mij op toen ik voor de eerste keer het dier zag in haar reisbox – wordt geboden door de grootte van het hoofd, de massieve voorpoten en de intrekbare klauwen.
Echter, bepaalde problemen, uiten zich met betrekking tot het verhaal dat het dier in het wild gekweekt zou zijn. Een daarvan werd duidelijk door de opmerking van Dhr. Pocock waarin hij stelde dat “indien de vertegenwoordigers van de twee soorten elkaar zouden ontmoeten in het wild dat de kans dan groter was dat de luipaard dat niet zou overleven dan dat er sprake zou zijn van vriendschappelijke betrekkingen tussen hen. Daarnaast kan ik niet de verschijning vergelijken van het dier wat de leeftijd en ontwikkeling betreft door de weinige gegevens aan Dhr.Hamlyn. Toegeven, dat het zelfs 2 jaar oud was toen het door de inboorlingen naar de Franse handelspost gebracht werd, dat het vervolgens twee jaar doorgebracht heeft in gevangenschap in Afrika en dan de tijd niet meegerekend dat nodig was om de oversteek naar Europa te maken, is naar mijn mening, een verslag van het gehele bestaan van dit dier. En van wat ik gezien heb van de hybride toen zij uit haar box werd gehaald, en daarna in een van de ruime vertrekken in het leeuwenhuis, moet ik tot de conclusie komen dat zij goed behandeld is om tentoongesteld te kunnen worden, maar voor de verzekering van Dhr. Hamlyn wat dit niet het geval. Iedereen die het dier gezien heeft zal het er mee eens zijn met Dhr. Pocock dat het van het grootste belang is, en hopelijk zal dat zo blijven in de huidige kwartalen.” De markeringen op de Congolese gevlekte leeuw in Frohawk’s illustratie (The Field nr. 2887, 25 April 1908), komen exact overeen met die van het museum model.
Een artikel uit The Times van maandag 4 Mei 1908 stond op pag.12: “Verkoop van een veronderstelde hybride uit de Kongo. Nadat hij twee weken te zien was geweest in het leeuwenhuis in The Zoological Garden werd de katachtige die in The Times van 15 april stond beschreven, per opbod verkocht op zaterdag in Aldrigde. De presentatielijst was erg lang; onder de aanwezige waren een groot aantal kermisexploitanten/entertainers were a good many showmen. Het bieden begon met 100 guineas, en uiteindelijk werd het dier verkocht aan Dhr. Bostock voor 1030 guineas. Een van de verkoopvoorwaarden lijkt een beetje vreemd omdat het een waarborg inhoudt dat zich volledig distantieert ten aanzien van het dier zijn leeftijd, voortplanting of elke andere beschrijving dan ook. Dit lijkt aan te tonen dat het verhaal over het dier, zoals het verteld is aan Dhr. Hamlyn door de oorspronkelijke eigenaar niet geverifieerd is. Het verhaal was dat de hybride als welp door de oorspronkelijke bewoners aan een Franse handelsnederzetting ergens in Gaboon, was gebracht en daar twee jaar in gevangenschap had geleefd voor hij naar de Westkust werd gebracht en verscheept in een Franse boot. In elk geval leken de verantwoordelijke ambtenaren van de Zoological Society niet overtuigend door het verhaal, of zij zouden waarschijnlijk wel geboden hebben op het dier, waarvoor twee weken daarvoor nog ongeveer 500 pond gevraagd werd. De verzorgers in het leeuwenhuis behouden de sterke mening dat het dier gekweekt werd in een menagerie; de verantwoordelijke ambtenaren zijn meer terughoudend over dit onderwerp en geven er de voorkeur aan om de wachten op overtuigende bewijzen wat betreft plek van geboorte, de soort en vanuit welk dier het werd gefokt.”
In The Field nr.2889 van 9 Mei 1908 schreef R.I.Pocock over “The Supposed Lion/Leopard Hybrid” (de veronderstelde leeuw/luipaard hybride) “Heer- Omdat u zo goed was om in The Field van 18 April mijn beschrijving van de veronderstelde leeuw / luipaard hybride met zijn geschiedenis zoals dat door Dhr.Hamlyn is doorgegeven aan de pers neer te zetten, zou ik nu willen doorgeven waarvan ik overtuigd ben dat het ware verhaal van zijn oorsprong en de antecedenten zijn, om zo rust te brengen ten aanzien van het idee dat het een natuurlijk product zou zijn uit de Franse Kongo.
Enkele jaren geleden werden er drie hybriden, één mannetje en twee vrouwtjes, gefokt in Chicago vanuit een jaguar (mnl) en een Indiase luipaard (vr.), en zij werden gekocht door de eigenaar van een Amerikaans rondreizend gezelschap met optredende dieren. Het mannetje werd gedood door een leeuw, maar de vrouwtjes bleven leven, zo groot als een jaguar, en als zij volwassen worden zullen zij paren met een jonge leeuw, als zij hem kiezen, dat is wel nodig wordt er gezegd, want de voorkeur zal een luipaard zijn. The male was killed by an lion, the females lived,and when adult were mated with a young lion, choosing him, it is said, in preference to male leopards.Verschillende nestjes werden er geboren, elk bestaande uit twee welpen. Deze leken op een leeuw met de algemene kleur, maar waren wel gevlekt. Bij elk nestje waren de vlekken van één welp zoals die van een jaguar, en die van de ander zag er meer uit als die van een luipaard. De mannetjes hadden geen manen. Aan het einde van vorig jaar, in elk geval een aantal van deze dieren, op dat moment ongeveer drie en een half jaar oud, leefden zij nog, in de Verenigde Staten.
Voor deze feiten sta ik garant omdat ik dit uit eerste hand weet. Mijn overtuiging dat het dier onlangs tentoongesteld werd in de Zoologische Garden een van deze hybriden was, degene met de op jaguarlijkende vlekken, is een conclusie die is afgeleid uit een combinatie van allerlei zaken bij elkaar,gedeeltelijk omdat ik wist van de recentelijk invoer door Dhr. Bostock vanuit Amerika van een aantal dieren voor de tentoonstelling in Earl’s Court, en gedeeltelijk door een aanwijzing aangegeven door Dhr.Carl Hagenbeck, die de uitkomst van de verkoop zo precies wist te voorspellen, en daarbij door de gemaakte opmerkingen tijdens de veiling in Aldrigde en uiteindelijk vanuit het feit dat het dier teruggebracht werd naar Dhr. Bostock voor een bedrag dat tienmaal boven de marktwaarde lag. Met bovengenoemde feiten voor hen, kunnen uw lezers de puzzelstukjes van de transactie bij elkaar zoeken, zonder verder commentaar van mijn kant. Vanuit een wetenschappelijk standpunt is het dier interessant door de ware aard van afkomst. Niet vermoedend dat er drie verschillende soorten betrokken waren bij het ouderschap, vergiste ik mij door te bepalen dat het een leeuw / luipaard hybride was, al had zij vlekken, zoals ik al aangaf, die mij deden denken aan die van een jaguar, ik wees deze soort af er rekening mee houdende met de stamboom en haar relatief slanke bouw en de grote lengte van de staart. De kortheid van de staart en het ontbreken van de stevige bouw van de jaguar is geen verrassing, echter, deze trekken zijn aanwezig bij een van de drie ouders. Een ander interessant punt is het volgende. De extreme mate van verwantschap tussen luipaarden en jaguars, die reeds zijn aangetoond op andere gronden, wordt verder bevestigd door hun hybriden die vruchtbare verbindingen aangaan met soorten die duidelijk anders zijn dan de ouders. A further point of interest to be noted in this. The extreme closeness of the affinity between leopards and jaguars, which has already been claimed on other grounds, is further attested by their hybrids forming fertile unions with a species quite distinct from either of the parents.Van Dhr. Hagenbeck heb ik geleerd dat de leeuw /tijger hybride steriel lijken te zijn, niet alleen wanneer deze met elkaar paren, maar ook bij de soorten die net als de ouders zijn. In ieder geval heeft een van zijn vrouwelijke hybriden geen welpen gekregen nadat zij had gepaard met een leeuw.” (In dit geval had Pocock ongelijk omdat het later bleek dat vrouwelijke ligers en teeuwen jongen kunnen produceren als zij paren met een tijger (mnl) of leeuw (mnl).)
Het lot van de “Congolese gevlekte leeuw” (in Groot-Brittanie tentoongesteld als lijagulep) wordt vermeld in de brief van R.I.Pocock in The Field van 2 November 1912 waar hij het vergelijkt met de leopons ( hybriden van een luipaard mnl en leeuwin), geboren in Kolhapur (in 1910):”De dichtstbijzijnde benadering van een (leeuw /luipaard) hybride tot nu toe gemeld is het nestje in Chicago tussen een leeuw en de hybride van een jaguar en een luipaard (vr.), waarvan het waargebeurde verhaal, vergezeld door Dhr. Frohawk, kan worden gevonden in The Field van 18 en 25 April, en 9 Mei 1908. Volgens mij is het laatste episode in de geschiedenis van dit dier nog niet verteld. Na tentoongesteld te zijn in de Zoologische Gardens en in de White City is het naar Glasgow gegaan, waar het volgens een sensationeel geschreven stuk in de pers, werd gedood door een leeuw, die door de afscheiding wist door te breken en korte metten maakte met zijn tegenstander. Dit verhaal maakte deel uit van het oorspronkelijke verslag bij de hybride toen het voor het eerst op de markt verscheen en er aan de conditie van de pels niets afgeleid kon worden, het had geen teken van een traan of kras op zich in Londen, kort na de vermeende tragedie. Het voornaamste verschil tussen deze hybride van drie soorten en die van de leeuw / luipaard,geboren in Kolhapur ligt in de grootte van de vlekken, die van de lijagulep zijn groter en lijken op die van een jaguar, en zoals te verwachten, zijn die van de leopon kleiner en lijken meer op die van een luipaard.”
Uit de opmerkingen van Pocock blijkt dat de hybriden geboren schijnen te zijn rond 1904. Er waren waarschijnlijk ten minste 3 nestjes geboren waarvan de leeuw de vader van de welpen zou zijn bij beide vrouwelijke als lep-jags. SS Flower (1929) beschreef dat London Zoo’s een hybride had (tentoongesteld 1908) van een leeuw en luipaard/jaguar (vrl.) hybride.
Zwarte jaglions
Zwarte jaguars (zwarte panters) hebben altijd de publieke verbeelding weten te vangen. Het gen voor melanisme in jaguars is incompleet dominant dus "zwarte" jaglions, met slechts een kopie van het gen, zijn houtskool grijs in plaats van glanzend zwart.
Specifieke jaguar hybriden
Panthera Onca Onca x P o palustris - 3 mannelijke hybriden geboren in Brasilia, te Brazilië in 1966. Internationale Dierentuin jaarboek (1968).
Referenties en aanbevolen lectuur
Historische rekeningen (in chronologische volgorde): R De Davison (1863), SACC (1863), Een Rörig (1903 - SACC aanhalingstekens), H Scherren (1908), SS Flower (1929), O Antonius (1951), H Petzsch (1956 ), H Hemmer (1966, 1968), H Windischbauer (1968), C Pohle (1969).
Helmut Hemmer: "Verslag over een hybride tussen Lion x Jaguar X Leopard - Panthera leo x Panthera Pardus Panthera Onca x" in Saeugetierkundliche-Mitteilungen, 1968; 16 (2): 179-182.
Howell, Mary-Anne: persoonlijke correspondentie 2006 / 7
G Peters opgenomen een aantal hybriden (lijger, teeuw, leopon, leguar) in zijn "vergelijkend onderzoek van vocalisatie in Verschillende Felids" in het Duits gepubliceerd in Spixiana-supplement, 1978; (1): 1-206.
Pocock, R.I. 1908 "Hybride Leeuw en Leopard
The Times op maandag de 4e mei 1908 pag. 12
The Times (15 apr 1908) pg. 6
De tekstuele inhoud is vergunning gegeven onder GFDL.
Veel dank aan Paul McCarthy voor onvermoeibaar onderzoek naar oude nummers van The Field en The Times om de zaak van de Congolese gevlekte Lion te ontrafelen.
