English English
Deutsch Deutsch
Français Français
Beschrijving panter
Naam: Panter of luipaard
Latijnse naam: Panthera Pardus

Panter of luipaard

Data:

Mannelijke luipaarden kunnen een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter meter lang bereiken. De staart is nog 60 tot 110 centimeter lang. Luipaarden worden 28 kilo tot 90 kilogram zwaar. De schouderhoogte van een luipaard is ongeveer 50 cm tot 60 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 104 tot 140 centimeter en een lichaamsgewicht van 28 tot 60 kilogram (gemiddeld 50 kilogram), mannetjes een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter en een gewicht van 35 tot 90 kilogram (gemiddeld 60 kilogram).

Biotoop:

De leefplaatsen van luipaarden verschillen heel erg, van droge woestijnen tot dichte regenwouden en van koude naaldbossen tot tropische savannes. Er is zelfs op de berg Kilimanjaro, op 5638 meter hoogte, een dode luipaard gevonden. Het dier was doodgevroren. Het belangrijkste criterium voor een goede leefomgeving is de hoeveelheid voedsel. Ook voldoende schuilplaatsen, in de vorm van hoge begroeiing, bomen of rotsen, zijn belangrijk.

Luipaarden leven in Afrika (met uitzondering van de Sahara) en in het zuiden en oosten van Azië, zoals Arabië, Turkije, Iran, de voormalige Sovjet-Unie, Korea, China (o.a. Mantsjoerije), India, Sri Lanka, Maleisië, Java en Bali.

Voedsel:

De luipaard is 's nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal 's avonds of 's nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als die op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena's, die zijn prooi kunnen stelen.

Panter met prooi

Voortplanting:

Als het vrouwtje paringsbereid is, heeft haar urine een speciale geur die mannetjesluipaarden aantrekkelijk vinden. Na de paring bemoeien de mannetjes zich verder niet met het vrouwtje of de jongen. De draagtijd is 90 tot 112 dagen. De jongen komen ter wereld op een goed verborgen schuilplaats, zoals een grot, dicht struikgewas of een ondergronds hol, waar ze de eerste zes weken verborgen blijven. De jongen wegen bij de geboorte 430 gram tot 530 gram en zijn dan nog hulpeloos en klein. De ogen gaan na een week open. Het nest kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar meestal overleven er maar twee. De jongen worden drie maanden lang gezoogd en blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Daarna zijn ze geslachtsrijp en zelfstandig. Pas na drie of vier jaar zijn ze helemaal volgroeid. De luipaard kan tot twintig jaar oud worden.

Gedrag:

De luipaard is geen groepsdier, maar leeft solitair. Er zou te weinig voedsel zijn als luipaarden het zouden moeten delen. Ze zoeken elkaar enkel op in de paartijd. De luipaard heeft een vast territorium, dat hij tegen soortgenoten verdedigt. Dit wordt gemarkeerd met urine of uitwerpselen, net als bij veel andere diersoorten. Ook worden krabsporen op bomen achtergelaten. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Territoria overlappen regelmatig met de territoria van dieren van een ander geslacht, dieren van hetzelfde geslacht mijden elkaar. Als er plaatsen zijn waar veel prooien zijn, zijn de territoria kleiner; de territoria zijn groter met minder wild. De luipaard verlaat zijn territorium regelmatig om te jagen.

Kenmerken:

De luipaard is een grote, gespierde katachtige met korte, krachtige poten en een lange staart. De kop is breed en een beetje rond van vorm met kleine, ronde oren. De snuit is middelgroot, met krachtige kaken en lange snorharen.

De vacht van een luipaard is bedekt met veel zwarte vlekken. Op het lichaam en het bovenbeen zijn deze vaak gegroepeerd met bruine vlekken in rozetten. Ook zijn er geheel zwarte, nietgegroepeerde vlekken, voornamelijk op de buik, kop en de onderpoten, maar ook op het lichaam. Ook de staart is gevlekt, van het begin tot het midden, maar aan het einde meer geringd. De meeste dieren zijn zandgeel of lichtbruin van kleur, maar de kleur kan zeer variëren, van bijna wit tot geheel zwart (de bekende zwarte panters). Veel zwarte dieren leven in Indonesië en in Afrikaanse hooglanden. De buik, keel en kin zijn wittig. De kleur en vachtlengte hangen af van de plaats waar ze leven, maar toch kunnen zwarte en gele luipaardjongen van dezelfde moeder zijn, want de kleur is niet erfelijk bepaald. De vachttekening biedt het dier camouflage, zodat het gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. De oren zijn zwart aan de achterzijde met een opvallende witte tekening in het midden.

De zwarte panter is geen ondersoort maar een kleurvariëteit die bij meerdere ondersoorten voorkomt. Deze kleurvariëteit komt ook voor bij de jaguar. Zwarte panters (en zwarte jaguars) hebben ook vlekken. Deze zijn bij genoeg zonlicht waar te nemen.

Zwarte panter

Van alle grote katachtigen (panter, tijger, jaguar en leeuw) is de panter de kleinste.

De ogen van de mens werken het beste in het daglicht, maar de ogen van katachtigen werken goed bij extreem weinig licht. Hierdoor kunnen ze ook goed 's nachts jagen. De ogen zijn ellipsvormig.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan hele hoge frequenties horen tot 100 kHz, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als hij loopt, staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

Aantallen:

De panter komt nog veel voor in het wild, hoewel een aantal ondersoorten ernstig bedreigd zijn.

De meest bedreigde ondesoort is de amoerpanter (Panthera pardus orientalis). Van deze ondersoort zijn er minder dan 40 over in het wild. Om te kunnen overleven zijn echter ten minste 66 tot 100 wilde exemplaren vereist. Door de vernietiging van zijn leefomgeving als gevolg van toenemende menselijke invloeden, de voortgaande bonthandel en trofeejagers (een dood exemplaar kan 37.000 dollar opbrengen) is de soort sterk in aantal gedaald en is momenteel de meest bedreigde kattensoort op aarde.

Amoer panter

Bekijk filmpje op YouTube

Top