| Home |
|
Op 4 december 1992 werd bij notaris Simon ter Heide in Oldeberkoop de stichtingsakte gepasseerd en was Stichting Pantera Roofdierenopvangcentrum een feit. De eerste tijgerin, Ruby, was net een paar dagen eerder aangekomen. Snel werd haar buitenverblijf gebouwd en op 5 mei 1993 werd het opvangcentrum officieel geopend. Ruby ging toen als openingshandeling ‘voor het eerst’ haar buitenverblijf in. Sinds die tijd zijn er meer dan 250 roofdieren in Pantera te gast geweest of zijn nog te gast. Van klein (wasberen, wasbeerhonden, fretten, stinkdieren, poolvossen, genetkatten, civetkatten, moeraskatten, Bengaalse tijgerkatten) tot wat groter (wolven, dingo's, jakhalzen, servals, ocelotten), tot zeer groot (bruine beren, grizzlyberen, ijsberen, tijgers, leeuwen, jaguars, panters en poema's). Al snel volgde de specialisatie katachtige roofdieren. Voor beren en hondachtigen waren andere centra. Als eigenzinnig centrum blijft Pantera vasthouden aan zijn beginfilosofie: Pantera is een opvangcentrum met de specialisatie voor katachtige roofdieren. Slechts reptielen mogen in beperkte mate ook tot de collectie behoren. De organisatie moet draaien op vrijwilligers. Naast opvang wordt er ook naarstig gezocht naar herplaatsingsmogelijkheden en die zijn inmiddels gevonden in alle uithoeken van de wereld. Van China tot Zweden, van Denemarken tot Pakistan en van Spanje tot Joegoslavië. Wetenschappelijk gedragsonderzoek is ook vanaf het eerste moment een pijler van Pantera geweest. Een van de meest verbazingwekkende uitkomsten van dit onderzoek was dat katachtige roofdieren 60% meer stereotiep gedrag vertonen wanneer er bezoekers zijn dan wanneer slechts de eigen verzorgers aanwezig zijn. Mede daarom zijn er nu nog steeds slechts beperkte bezoekmogelijkheden. |



